U kunt de kompasinstellingen aanpassen.
Scherm: Selecteer het type koersweergave voor het kompas:
Noordreferentie: Hiermee stelt u de noordreferentie van het kompas in.
Ga naar lijn/wijzer: Hier kunt u de peilingwijzer gebruiken die de richting van uw bestemming aanwijst, of de koerswijzer gebruiken die de relatie weergeeft tussen uw bewegingsrichting en de koerslijn naar uw bestemming.
Kompas: Selecteer Auto om over te schakelen van een elektronisch kompas naar een GPS-kompas als u zich gedurende een bepaalde periode met grotere snelheid verplaatst.
Kalibreer kompas: Hiermee kunt het kompas kalibreren als uw kompas onregelmatig werkt, bijvoorbeeld nadat u lange afstanden hebt afgelegd of na extreme temperatuurschommelingen.